Nestkastjes voor tuinvogels
Een nestkastje biedt tuinvogels een veilige broedplek, zeker in tuinen waar van nature weinig holtes in bomen of muren te vinden zijn. Het juiste kastje hangt af van welke vogel je hoopt aan te trekken.
Welk nestkastje past bij welke vogel
Holenbroeders zoals mezen en mussen hebben een gesloten kastje nodig met een rond invlieggat: een kleiner gat van rond de 28 millimeter houdt grotere vogels buiten en is geschikt voor pimpelmezen, een gat van 32 millimeter past beter bij koolmezen. Roodborstjes en winterkoninkjes broeden liever in een halfopen kastje zonder rond gat, met een open voorzijde die tegen een muur of tak wordt bevestigd. Spreeuwen hebben juist een groter kastje nodig met een ruimere opening.
Waar hang je een nestkastje op
Hang het kastje op minimaal twee meter hoogte, bij voorkeur met de opening naar het oosten of zuidoosten, zodat directe regen en de felle middagzon minder invloed hebben. Zorg voor een vrije aanvliegroute zonder takken direct voor het gat, en houd het kastje uit de buurt van drukke plekken waar katten makkelijk bij kunnen.
Onderhoud van het nestkastje
Maak het kastje na het broedseizoen, meestal rond het einde van de zomer, een keer leeg en schoon om oude nestresten en eventuele parasieten te verwijderen. Zo is het weer fris voor het volgende voorjaar.
Combineer het nestkastje met een voederhuis en voer in de buurt, zodat broedende vogels makkelijk aan eten komen, en met een vogelbad voor vers water. Het volledige aanbod voor tuinvogels vind je op de Tuinvogels-pagina.